Levenswijze van de wilde bij

6 november 2014

Levenswijze van de wilde bij

– ingezonden artikel van Koeman en Bijkerk bv

Bijna iedereen is bekend met de Honingbij. Wat veel minder mensen weten, is dat er in Nederland ook 358 wilde bijen of solitaire bijen voorkomen. Het gaat slecht met de wilde bij. Bij-vriendelijk groenbeheer is essentieel om de situatie voor bijen te verbeteren. Dit beheer is gericht op de levensbehoeften van wilde bijen. Daarvoor is het goed om iets te weten over de levenswijze van wilde bijen.

In de leefomgeving van bijen moet een viertal basiselementen op korte afstand van elkaar aanwezig zijn:

  • voedsel
  • nestplaats
  • nestmaterialen
  • warmte (zon/beschutting)

Hoe groter de variatie van deze elementen in elkaars nabijheid, hoe groter de diversiteit aan bijen. Bij-vriendelijk beheer richt zich daarom op behoud of ontwikkeling van een gevarieerd bloem- en structuurrijk landschap met veel afwisseling en gradiënten op kleine schaal. Daarin vinden de bijen een plek om voedsel te zoeken, te nestelen en te overwinteren.

Warmte en voedsel
Bijen zijn warmte minnende dieren die we in de periode maart-oktober kunnen zien. Bijen leven van stuifmeel en nectar van bloeiende planten, struiken en bomen. Sommige bijen hebben een voorkeur voor speciale voedselplanten en willen alleen daarop voedsel verzamelen. De vliegtijd is hieraan gekoppeld: soorten die alleen op wilgen foerageren vliegen vroeg in het voorjaar, soorten die alleen op klokjesbloemen voedsel verzamelen vliegen in de zomer. Andere bijen verzamelen voedsel op verschillende plantenfamilies. Nectar wordt genuttigd voor eigen energieverbruik, voor de larven wordt een mix van stuifmeel en nectar gemaakt.

Nestruimte en nestmaterialen
Bij ondergronds nestelende bijen graaft het vrouwtje in (relatief) droge bodems een nestgang. Dat gebeurt bijvoorbeeld in kale stukjes zand op vlakke bodems, op aarden wallen, in bermen en slootwallen en tussen trottoirtegels. Het nest bestaat uit een hoofdgang met zijgangen. Aan het einde van de zijgangen liggen de broedcellen. Nestingangen zijn vaak herkenbaar aan uitgeworpen aarde rondom de nestingang.

Bovengronds leggen bijen nesten aan in boomholtes, verlaten oude knaaggangen van keverlarven in dode bomen, zacht vermolmd hout, kieren en spleten in grove schors van oude bomen en in dode plantenstengels met holle of zachte kern, bijvoorbeeld Gewone braam of schermbloemigen die jaarrond blijven staan. Ook worden holtes in raamkozijnen, boorgaten in muren, gaten en kieren in houten schuurtjes, boorgaten in tuinmeubelhout en bijenhotels gebruikt.

Hommels kunnen de nesten zowel ondergronds als bovengronds aanleggen. Ondergronds bijvoorbeeld in oude, verlaten muizenholen. Bovengronds in dichte bodemvegetatie zoals forse stevige graspollen, boomholten, verlaten vogelnestkastjes, spouwmuren en onder dakpannen.

Sommige soorten bijen gebruiken uit hun leefomgeving natuurlijke materialen om hun nesten mee te bouwen of in te richten. Voorbeelden zijn: aarde, bladstukjes (heel of fijngekauwd), plantenharen en hars.

Korte afstanden
Veel bijen hebben een kleine actieradius: de afstand die zij kunnen vliegen tussen nest en voedsel is beperkt en verschilt per soort. Het vliegbereik van kleine bijen kan beperkt zijn tot enkele tientallen meters, voor andere bijen is dat meestal niet meer dan 300 of 500 meter, enkele uitzonderingen daargelaten. De ligging en onderlinge aansluiting van de nest- en voedsellocatie ten opzichte van elkaar en eventuele obstakels ertussen zijn sterk bepalend als het gaat om voortplantingssucces.

Meer informatie
Wilt u meer weten over bij-vriendelijk beheer? Voor vragen kunt u terecht bij Anne Jan Loonstra van Koeman en Bijkerk bv (a.j.loonstra@koemanenbijkerk.nl). Koeman en Bijkerk bv is kennispartner van Heel Drenthe Zoemt.

Contact
Anne Jan Loonstra
Koeman en Bijkerk bv
a.j.loonstra@koemanenbijkerk.nl
tel. 050 820 00 18

Bekijk foto’s van Anne Jan Loonstra