Landbouw en natuurorganisaties slaan handen ineen

15 maart 2011

Landbouw en natuurorganisaties slaan handen ineen

De Drentse landbouw- en natuurorganisaties overhandigen op 15 maart het Groenmanifest van Drenthe aan de Commissaris van de Koningin Jacques Tichelaar. Daarin pleiten zij gezamenlijk voor voortzetting van investeringen in het platteland.

In het manifest hebben de organisaties een pakket van voorstellen voor de Drentse natuur en het ammoniakbeleid nader uitgewerkt. De betrokken organisaties uiten hun zorg over de ingrijpende bezuinigingen, die voor het landelijk gebied zijn voorzien. De bezuinigingen hebben negatieve gevolgen voor de natuur en de economie van het platteland, waaronder de landbouw. De manifestpartners vragen het Rijk en de provincie voldoende middelen en instrumenten beschikbaar te stellen voor natuur en landbouw, op basis van de gezamenlijk ontwikkelde beleidsvoorstellen uit het manifest. Met het Groenmanifest van Drenthe onderstrepen landbouw- en natuurorganisaties in Drenthe het gezamenlijke belang van investeringen in het landelijk gebied.

Blijven investeren in de Ecologische Hoofdstructuur
De realisering van de Ecologische Hoofdstructuur is voor de organisaties een gezamenlijk uitgangspunt. De bezuinigingen vragen echter om aanpassingen van het huidige beleid. De organisaties stellen in het manifest voor om de Ecologische Hoofdstructuur in aangepaste vorm af te maken. De voorstellen leiden tot een iets compacter, maar wel een degelijk netwerk van natuurgebieden.

Voorstellen
Een gezonde natuur vraagt in de provincie om een investering van 3.500 hectare aan nieuwe natuur. Deze hectares zijn vooral nodig om te komen tot een betere ruimtelijke inrichting op het platteland.

De landbouw- en natuurbelangen worden daardoor beter op elkaar worden afgestemd. De landbouw- en natuurorganisaties in Drenthe stellen daarnaast voor om uiteindelijk 2.500 hectare minder nieuwe natuur en natuurverbindingen aan te leggen. Dit voorstel hangt vooral samen met het nieuwe Rijksbeleid, waarbij alle investeringen in geplande robuuste verbindingen zijn vervallen. Het voorstel is om de robuuste verbindingszones van Zuidwolde en Wapserveense Aa – en de daarmee samenhangende hectares – te laten vervallen. Hiervoor in de plaats wordt onderzocht of een kleinere ecologische verbinding, via gebiedsontwikkeling en waterbeleid, kan worden ontwikkeld.

De robuuste verbindingszones van de Hunze en Eelder- en Peizermaden moeten wel worden afgemaakt. Deze verbindingen zijn voor de natuur cruciaal en ook al bijna af. Voor de natuur, landbouw en de wateropgave is het noodzakelijk de gewenste inrichting af te ronden.

Ook stellen de organisaties voor om voor de realisering van de Ecologische Hoofdstructuur langer de tijd te nemen. Hierbij wordt een koppeling gelegd met andere beleidsdoelen, zoals de Kaderrichtlijn Water en de Natura 2000. Voor de Kaderrichtlijn Water wordt het jaar 2027 voor het realiseren van de einddoelen gehanteerd.
De organisaties stellen verder voor dat voor de langere uitvoeringsperiode wordt geregeld dat de landbouw geen planologische hinder ondervindt. In het manifest zijn hiervoor voorstellen ontwikkeld, die samen met de provincie kunnen worden opgepakt.

Verminderen ammoniakbelasting en bedrijfsontwikkeling landbouw
Het Groenmanifest van Drenthe pleit voor een Drentse aanpak, waarbij de verlaging van de ammoniakuitstoot van de veehouderij te combineren is met bedrijfsontwikkeling. De verlaging is nodig om de kwaliteit van de Natura 2000-gebieden in de provincie te verbeteren. De organisaties vinden dat een landelijke aanpak te lang op zich laat wachten.
Veehouderijbedrijven blijven hierdoor te lang in onzekerheid over gewenste vergunningen voor uitbreidingen. Ze stellen een provinciaal maatregelenpakket voor om dit tijdelijk op te lossen. Bedrijven met betrekkelijk weinig uitstoot kunnen zich binnen landelijke regels ontwikkelen. Voor melkveehouderijbedrijven met een meer substantiële uitstoot is een Drentse aanpak ontwikkeld waarbij de ontwikkeling van de bedrijven wordt gecombineerd met het verlagen van de uitstoot.

Meer informatie
U kunt contact opnemen met Reinder Hoekstra, tel. 0592 – 31 11 50 of r.hoekstra@nmfdrenthe.nl.